CD, 2012, Monotype Records, Warsaw.   Available




Three more discs of improvised music. The first has the regular performing duo of Russia’s finest Alexei Borisov and Olga Nosova. Together they traveled the world, playing together but also performing with others, such as Anton Nikkila, Matthieu Werchowski, Dora Bleu, Thomas Buckner, Tom Smith, Jandek, Anton Mobin and a_spirale and somewhere along the lines they bumped into Dave Phillips, who is best known for his radical approach to noise, silence, performance and video. This trio worked together in june 2009 in Moscow and the recordings were later on edited by Phillips. It combines the energy unleashed by Borisov/Nosova together with the more continuous sound world of Phillips and occasional rapid editing from him. It seems to me that all three go off their usual path a bit. Its not as loud as I would expect from Phillips (but maybe I am not listening in the same volume as he plays live… actually I am sure of it) and perhaps also less object based as I would expect and it seems less improvised for the duo, although I am not sure. But that leads however to music that is quite good. Densely orchestrated electronics, in which the voice of Nosova is there, but pushed away it seems, and throughout the music has a hypnotic, psychedelic feeling to it. Great stuff.

(Frans de Waard, Vital Weekly, Issue 839, July 2012)

There is no way to escape the impression of being cornered in some sort of heinous underworld while listening to Borinosophil. What starts with shortish segments - mildly orchestral, if noise-oriented from the very beginning - soon becomes a veritable onslaught for the auricular membranes under the guise of highly effective frequencies throbbing and stabbing their way right into the skull, escorted by a barely plausible miscellany of what the press release correctly calls “humanimalism”. This means bestial utterances that might or might not derive from pseudo-anthropoid voices subjected to hyper-processing, together with a plethora of semi-organized audio filth. The latter incorporates shards of intercommunication (not exactly sedative, as one tends to envisage spirited conversations between radio operators in military sectors where real danger is lingering), electronic fusillades warped to the point of total irrecognizability, stale-smelling environments and tyrannical riffs to end the whole. Stiff reminders of how ugly human nature can suddenly appear if all we expect from existence is walking on cloud nine. Halfway through complex acousmatic and punk-tinged removal from pleasure, this unmerciful CD is definitely going to cause an impact on the faint-hearted.

(Massimo Ricci, Touching Extremes, October 2010)

Alexei BORISOV est l’un des pionniers de la scene électronique russe, depuis les années 80. Avec Olga NOSOVA, plus jeune d’une génération, batteuse et post-punkette de la scene industrielle moscovite, il forme le duo, ASTMA. Un duo qui s’est associé a l’électronicien déjanté helvétique Dave PHILLIPS, issu du collectif Schimpfluch , pour un concert a Moscou en juin 2009. L’accumulation de couches sonores, le croisement des interventions des trois partenaires, donnent naissance a une entité d’essence mécanique, sombre, parfois terrifiante, déclinée en cinq tableaux, d’ou émergent ponctuellement quelques sons plus emphatiques.

(Pierre Durr, Revue et corigée, September 2012)

Tot besluit is er nummer 51 uit de indrukwekkende catalogus. Deze komt van het Russische duo Alexei Borisov & Olga Nosova, maar gelukkig mogen we gewoon Alexei Borisov & Olga Nosova zeggen, hier samen met Dave Phillips. Alexei is een gitarist en geluidskunstenaar die met heel veel artiesten albums heeft gemaakt. Van zijn eigen bands, wat er ook behoorlijk wat zijn, ken ik eigenlijk alleen Volga. Hij maakt de laatste jaren vooral experimentele muziek met gitaar, elektronica en stem en doet dat dikwijls met Olga, die op haar beurt experimenteert met drums en elektronica. Ze zullen Dave van onder meer de groep Fear Of God ergens op hun vele reizen zijn tegengekomen. Hij haalt allerlei fratsen uit op de bas, elektronica en stem en stoeit met veldopnames. PLAY LOUD staat er op de binnenkant van hun gezamenlijke cd Borinosophil, maar dat soort adviezen sla ik de eerste maal altijd in de wind. Toch kan je deze cd op beide niveaus afspelen. Zacht is het een paranoide, angstaanjagende soundtrack die niet zou misstaan bij een David Lynch film. Je krijgt tot microdeeltjes versneden noise die zich als bijzondere, subtiele dark ambient presenteert. Hard echter verdwijnt een deel van deze subtiliteit en verwordt het tot een grommend, lawaaiig monster dat bij mij herinneringen oproept aan Merzbow en Aube, ook al is het volslagen uniek wat ze hier ten gehore brengen. Met name de horrorachtige stemmen en dierengeluiden maken dat deze cd je bloed af en toe doet stollen. Ik geloof inderdaad dat ik deze harde variant nog indrukwekkender vind, maar het is bijzonder dat je de cd op twee verschillende manieren kunt ondergaan. Ijzingwekkende pracht!

(Jan Willem Broek, Caleidoscoop)